Het ZIEN is, net als bijvoorbeeld lopen en springen, een proces dat je leert door het vaak te doen.
Om optimaal te kunnen ZIEN komen de volgende visuele vaardigheden aan de orde:
Scherpstelling:
om op lees- en schrijfafstand scherp te kunnen zien en om snel te kunnen wisselen van veraf naar dichtbij en andersom (overschrijven van het bord). Een goed en soepel accommodatie vermogen is hierbij vereist.
Oogvolgbewegingen:
om de woorden in een regel soepel te kunnen volgen zonder ze te veranderen of over te slaan. Ook om van het einde van de ene regel naar het begin van de volgende regel te kunnen kijken, zonder een regel over te slaan of dezelfde opnieuw te lezen.
Fixatievermogen:
om de ogen lang genoeg op één punt gericht te houden zodat de binnenkomende visuele informatie de tijd krijgt om goed opgenomen te worden.
Oogsamenwerking:
om rustig en enkelvoudig te zien met zo weinig mogelijk inspanning en voldoende reserve. Ook om goed diepte en afstand te kunnen inschatten.
Oog-handcoördinatie:
om netjes op de regels te schrijven in een leesbaar handschrift en om bepaalde sporten goed uit te kunnen oefenen.
Fusionele reserves:
om gedurende langere tijd de ogen goed te laten samenwerken met zo weinig mogelijk onnodige inspanning.
Visueel geheugen en perceptuele visuele vaardigheden:
Om goed te onthouden wat je hebt gezien (bijv. bij overschrijven schoolbord) en om de binnenkomende visuele informatie in de hersenen goed samen te laten werken met informatie van andere zintuigen voor een optimale bewuste waarneming.
Dieptezien:
om een stereoscopisch beeld verkrijgen door de beelden van het rechter- en het linkeroog perfect te laten samensmelten.
Bij afwijkingen m.b.t. bovenstaande visuele vaardigheden kunnen klachten ontstaan waarbij men deze niet direct herkend als een "oogklacht".
Zie "herken de klachten" en maak een afspraak als u zich zorgen maakt.
