Meettechnieken: Pola test

Pola test

Fixatie disparatie
Fixatie disparatie kan het meest nauwkeurig worden bepaald met de pola test, ontwikkeld door Joachim Haase. Volgens H.J. Haasse zorgt de gezamenlijke tonus (spierspanning) van de oogspieren ervoor dat een geringe oogscheelstand latent blijft. Maar bij aanhoudende belasting van het visuele systeem zoekt het lichaam altijd de weg van de minste weerstand en kan er een kleine beeldverschuiving plaatsvinden.

1 oog behoudt tijdens een voorwerp fixeren zijn exacte brandpunt in het centrum van de fovea, het andere oog projecteert het voorwerp op een disparaat punt, wel in de fovea maar niet exact in het centrum. Deze vorm van heteroforie heet dan ook Fixatie Disparatie (FD). Wanneer deze disparatie/ verschuiving van beide foveale beelden door sensorische fusie (hersenfunctie) toch tot één exact beeld kunnen worden samengesmolten met optimaal stereoscopisch kijkvermogen, dan spreekt men m.b.t. de sensorische fusie van een jonge FD of FD van de eerste orde. Gaan eerdergenoemde asthenope klachten niet over dan kan de beeldverschuiving toenemen en komt op de grens te liggen van het gebied waarin de ogen nog optimaal kunnen samenwerken, het gebied van Panum.

 

Fixatie disparatie
Bij matig binoculair zicht is er wel sprake van dieptezien en normaal scherp zicht, maar het kost het lichaam heel veel onnodige energie om het beeld juist waar te nemen. Omdat in het centrum de beelden niet exact op elkaar liggen gaat het beeld bewegen en heeft men een "onrustig" en beperkt zijdelings zicht.


Het totale beeld van het rechter- en het linker oog (het rode gebied) vallen bij goed binoculair zicht exact op elkaar. Resultaat: optimaal "breed" beeld.


Het totale beeld van het rechter- en het linker oog (het rode gebied) vallen bij matig binoculair zicht niet optimaal op elkaar. Resultaat: "smaller" beeld.

Deze fixatie disparatie veroorzaakt geen kijkklachten qua scherpte maar veroorzaakt o.a. leesproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn, branderige ogen en concentratiegebrek.

Indien een Fixatie Disparatie wordt gemeten dan schrijft de functioneel optometrist een specifieke prismacorrectie voor. Het positieve effect van een goed opgemeten prismabril is vrij snel merkbaar. Woorden en teksten worden beter/ meer stabiel gelezen en ook het  beeld veraf kijkt rustiger. Hoofdpijnklachten veroorzaakt door fixatie disparatie veminderen al binnen een paar dagen tot maximaal 3 weken. Bij het voorschrijven van een prismabril wordt regelmatig een visuele training geadviseerd om ervoor te zorgen dat de prisma t.z.t. verminderd of zelfs weer verwijderd kan worden.

Fixatie disparatie wordt gemeten met de Polatest volgens de MKH methode.
De MKH methode staat voor "Mess- und Korrektionsmethodiek nach H.J. Haase".
Het betreft een meetmethode waarbij het doel is om de totale afwijking van een heteroforie in kaart te brengen. Heteroforie is een latente (niet zichtbare) vorm van scheelzien welke reflexmatig door de oogmotorische en sensorische fusie wordt gecompenseerd. Deze compensatie kost echter de nodige energie en veroorzaakt vaak asthenope klachten. Asthenopie is Grieks voor “zwak zien” en deze klachten uiten zich o.a. door vermoeide en droge ogen, oppervlakkige (conjuntivale) roodheid, pijn in en rondom de ogen, hoofdpijn, misselijkheid en een verminderd concentratie vermogen.

Vanwege gepolariseerde filters ziet de cliënt wel met twee ogen maar kunnen de ogen niet samenwerken. De Pola test kent specieke testonderdelen die volgens een vast patroon worden aangeboden. Hiernaast ziet men een aantal testsymbolen zoals ze gezien worden zonder fixatie disparatie. 


Cliënten met een fixatie disparatie, een geringe sensorische oogfout, zien de de testsymbolen niet exact recht, zoals hiernaast afgebeeld. Met prismatische correcties kan de functioneel optometrist het beeld weer recht en stabiel te krijgen. 

Bel Schutte Optometrie voor meer informatie of een afpraak: 0523 - 769 049 / Adres: Zwanebloem 7 Hardenberg